17e eeuw

 

De gewelddadige invloed van Van Rijn 

In de jaren vijftig van de 17e eeuw was de invloed van de schilder Rembrandt van Rijn op de Nederlandse beeldende kunst groot. Er was durf en vastberadenheid voor nodig om te breken met de leerstellingen die Rembrandt toentertijd onderwees.

Carel Fabritius, zelf een leerling van Rembrandt, koos er in 1653 voor en publique stelling in te nemen tegen zijn voormalige mentor en zichzelf tot autonoom beeldend kunstenaar uit te roepen. Het jaar erop zou Fabritius overlijden aan verwondingen opgelopen door de ontploffing van het Delftse kruithuis, op 12 oktober.

carel

Carel Fabritius

Documenten die OVES INOBSEQUENTES in bezit heeft bevestigen dat een andere leerling van Rembrandt, de schilder Abraham van Dijck (1635-1672), eigenlijk werkzaam te Amsterdam, op die noodlottige dag in de nabijheid van het kruithuis te Delft gesignaleerd is.

Het lijdt geen twijfel dat Van Rijn betrokken is geweest bij het vroegtijdig overlijden van Fabritius.

De oprichting van de beweging

Nadat Fabritius overleed zou het nog enige jaren duren voor een groep trouwe aanhangers van zijn ideeën zich verenigde. Op 14 december 1664 werd in Utrecht de kunstbeweging OVES INOBSEQUENTES opgericht onder aanvoering van de Zwolse schilder Gerard ter Borch, die tevens als eerste het ambt van Kunstbanheer zou bekleden. Dit alles ter nagedachtenis aan Fabritius en aan hoe wreed hij uit het leven gerukt werd door Rembrandt en zijn handlangers.

Tot op de dag van vandaag wordt de traditie van ongehoorzaamheid, ingezet door Fabritius, voortgezet door de leden van OVES INOBSEQUENTES. Al driehonderdvijftig jaar lang gaat de beweging regelmatig in verzet tegen de wetten en regels die de autonome beeldend kunstenaar opgedrongen worden. Na Rembrandts overlijden in 1669 verlegde de beweging haar aandacht naar de instituten die het in kunstzinnig Nederland toen al voor het zeggen hadden.